The true cost

Al vier dagen zit ik met een writer’s block. Ik heb voldoende onderwerpen om over te praten, maar mijn inspiratie om het mooi te verwoorden was even verdwenen. Dit overkomt de beste schrijvers. Gewoon laten passeren, dacht ik dan … tot ik gisteravond in de Vooruit in Gent ben gaan luisteren naar Safia Minney, Stichter en Sociaal Ondernemer van People Tree. Tijdens deze lezing werd de trailer getoond van de documentaire ‘The true cost‘. Meteen nadat ik thuis was, rond 23h30, ben ik nog beginnen kijken naar deze film, waarin onder andere Safia ook aan het woord komt. Deze documentaire gaat over de invloed van de globale mode-industrie op mensen en onze planeet. Het heeft mijn visie over mode voorgoed veranderd.

We leven in een maatschappij van Fast Fashion, wegwerpkledij. Vroeger konden mensen per jaar vier T-shirts kopen, nu kan je bij wijze van spreken elke dag een T-shirt kopen in één van de grote winkelketens. Er is veel energie, water en handenarbeid nodig om kledij te produceren. De grondstoffen, vaak katoen, worden meestal niet geteeld op een ecologisch verantwoorde manier. De boeren die instaan voor de teelt verdienen hier bijna niks aan. Bovendien is de concurrentie onder modegiganten bikkelhard. De leverancier die de laagste prijs kan garanderen maakt de grootste kans om een grote bestelling binnen te halen. Als een leverancier niet meer mee kan met de extreem lage prijzen, gaan modegiganten gewoon op een ander die wel die lage prijzen kan garanderen. Deze extreem lage prijzen zijn eerst en vooral in het nadeel van de arbeiders die vaak tien tot veertien uur per dag afmattend werk verrichten zonder pauze. Voor deze zware arbeid en lange uren krijgen ze nog geen drie dollar per dag. Dit is gewoon moderne slavernij en moet stoppen.

Wij, consumenten, werken dit proces in de hand door steeds meer wegwerpkledij te kopen. Ik moet toegeven, ik ben hier ook schuldig aan. Ik koop voor elke speciale gelegenheid iets nieuws. Wat wil je? Voor een jurkje van nog geen 30 euro kan je toch niet sukkelen? Door deze lage prijzen begin je ook te kopen om te kopen, waarmee ik bedoel dat je het kledingstuk in se zelfs niet nodig hebt. Nooit stond ik stil en vroeg ik mij af hoe het in godsnaam kan dat je zo weinig betaalt voor een leuke, trendy jurk tot nu.

Toen op 24 april 2013 het Rana Plaza in Bangladesh instortte werd ik mij voor de eerste keer echt bewust van de slechte omstandigheden waarin kledingmakers in ontwikkelingslanden moeten werken. Voor mij was het toen nog geen life changing nieuws … Ik was geschokt. Ik vond het uiteraard erg voor de meer dan 1000 mensen die gestorven zijn en meer dan 2000 mensen die gewond waren. Ik was ook een beetje kwaad op de grote winkelketens, vooral op de eigenaars van de textielfabrieken die in het gebouw (met acht verdiepingen) gevestigd waren zoals Primark en Mango. Maar het bleef vooral een ver-van-mijn-bed-show.

A pair of pants lies in the rubble three days after a Bangladeshi garment eight-storey building collapsed in Savar, on the outskirts of Dhaka, on April 27, 2013. Police arrested two textile bosses over a Bangladeshi factory disaster as the death toll climbed to 332 and distraught relatives lashed out at rescuers trying to detect signs of life. AFP PHOTO/ Munir uz ZAMAN
Een broek ligt in het puin, drie dagen nadat het acht-verdiepingen tellend gebouw instortte. (Bron: AFP PHOTO/ Munir uz ZAMAN)

 

Activists from Spanish trade union UGT (General Union of Workers) hold up hands covered in fake blood as they take part in a protest in front of a Mango store in central Barcelona May 7, 2013. The demonstrators protested against retailers, and the departmental stores which sell clothing from them, that were using factories housed at the Rana Plaza building in Bangladesh which collapsed on April 24, killing more than 600 people. REUTERS/Albert Gea (SPAIN - Tags: CIVIL UNREST BUSINESS TEXTILE) - RTXZDM9
Activisten van het Spanish Trade Union UGT (General Union of Workers) houden hun handen, bedekt met vals bloed, omhoog als onderdeel van een protest net voor een Mango-filiaal in Barcelona op 7 mei 2013. (Bron: REUTERS/Albert Gea (SPAIN – Tags: CIVIL UNREST BUSINESS TEXTILE) – RTXZDM9)

 

2016-03-09_Thetruecost_RanaPlaza
Rana Plaza (Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/2013_Savar_building_collapse)

Na de voordracht van Safia Minney en het zien van de documentaire ‘The true cost’ kan ik het probleem niet langer negeren. Wist je dat de mode-industrie en al zeker de Fast Fashion-industrie, na de olie-industrie, de meest vervuilende industrie is? Dat is veel ‘industrie’ in één zin :-), maar serieus dat is toch te gek voor woorden?! Ik wil vanaf nu ook mijn steentje bijdragen om er uiteindelijk voor te zorgen dat de kledingmakers in de ontwikkelingslanden in goede omstandigheden kunnen werken, een eerlijke loon krijgen en correct behandeld worden. Want weet je, dit zijn gewoonweg humane basisrechten. En ja, ik ben de kleine garnaal in de grote zee van miljarden garnalen die, hoe klein het ook mag zijn, haar steentje willen bijdragen tot een betere wereld. ‘Be the change you want to see’, zei een zeer wijze heer ooit. Uiteraard is dit niet iets dat overnight gaat. Ik zal een evenwicht moeten vinden tussen mij als zijnde een fashion addict en mij als voorstander en gebruiker van duurzame mode, maar ik ben al goed op weg door er gewoon over te bloggen. 😉 Duurzame mode zet niet enkel in op eco, maar houdt ook rekening met het sociale aspect. Wie kiest voor duurzame mode, kiest voor fair trade. Ik zal mij verdiepen in deze interessante materie en jullie meenemen op mijn reis in de hoop ook jullie te doen bekeren.

Duurzame mode betekent niet enkel duurzame en ecologische kledij nieuw aankopen, tweedehands is bijvoorbeeld ook een duurzame keuze. Door de massaproductie van kledij wordt er evenveel kledij weggesmeten. Een gemiddelde Amerikaan gooit 37 kg textielafval weg per jaar. Dat is een totaal van ongeveer 11 miljoen ton textielafval per jaar, enkel van Amerika! Het grootste deel hiervan is niet afbreekbaar, wat wil zeggen dat het 200 jaar of langer op een vuilnisbelt ligt, terwijl het schadelijke stoffen uitstoot. Slechts 10% van de kledij die we weggeven wordt verkocht in de tweedehandswinkels. De rest wordt verscheept naar de ontwikkelingslanden zoals Haïti. Hierdoor is de kledingproductie in Haïti verdwenen. Je zou denken dat kledij weggeven een nobele daad is, maar eigenlijk schaad je hier meer mee dan dat je goed doet.

Om tweedehands meer te promoten organiseer ik (samen met mijn beste vriendin Hanna) zaterdag 21 mei 2016 mijn eerste ‘Let’s have a Kiki – Closet Sale’. Hiermee speel ik in op de trend van duurzame mode. Vrouwen verkopen de dingen die ze niet meer dragen aan andere vrouwen voor prijzen die je niet in de doorsnee-winkel vindt. Kleren worden niet weggesmeten en zowel verkoopsters als koopsters zijn gelukkig. Het is een win-win-situatie en nog eens duurzaam. Wat wil je nog meer? Voor meer informatie over de Closet Sale mag je altijd mailen naar info@letshaveakiki.be. Ik zoek nog verkoopsters. 🙂

Ik wil deze blogpost eindigen met de trailer van ‘The true cost’. Laat het je niet onberoerd en doe er iets mee. Want wat je ook doet, hoe klein ook, je maakt een verschil!

 

Ik hoop hiermee een discussie te hebben geopend en zou graag jouw mening horen over Fast Fashion. In ieder geval het is een topic die levendig aanwezig is in onze maatschappij en waar we niet meer kunnen naast kijken. Ik wil meer bewuster worden van wat ik draag en zal twee keer nadenken voor ik iets koop. Ik zou graag willen aantonen dat mode ook leuk kan zijn op een andere manier en deze post was voor mij de eerste aanzet. Ik hoop jullie te kunnen meenemen op deze boeiende reis.

Love,

Kiki

(Bronnen artikel: Slow Fashion Forward, Gentse Inspiratiegids voor Modebewuste Alternatieven en ‘The true cost’)

(Bron coverpicture: http://www.digitaltrends.com/business/a-documentary-funded-by-kickstarter-unstitches-the-horrors-of-the-clothing-industry/)

1 Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.